
Bespaar niet op de buitenschoolse kinderopvang
10 februari 2025
Vanaf 1 januari 2026 dreigen de 17 vestigingen voor buitenschoolse kinderopvang in Hasselt een groot deel van hun middelen kwijt te raken. Dit komt voort uit een Vlaams decreet uit 2019 dat begin 2026 van kracht wordt. Als er niks verandert aan deze beslissing, is de toekomst van de buitenschoolse kinderopvang in onze stad in gevaar.
Waarvan komt het probleem?
Dit probleem is het gevolg van een Vlaams decreet uit 2019 (het BOA-decreet), goedgekeurd door N-VA, CD&V en Open VLD. Deze drie partijen maken ook deel uit van het stadsbestuur, samen met Vooruit.
Het decreet hanteert heel andere financieringscriteria dan voorheen. Kinderen die in Hasselt naar school gaan maar er niet wonen, komen bijvoorbeeld niet meer in aanmerking. Bovendien houdt het geen rekening met het systeem van buitenschoolse opvang dat in Limburg breed wordt gebruikt. Dit staat in contrast met het model van opvang op school zelf met vrijwilligers, dat vaker in andere provincies wordt toegepast.
Hierdoor wordt Limburg zwaarder getroffen dan andere provincies, en Hasselt in het bijzonder.
Wat is er sinds 2019 gebeurd?
Het vorige stadsbestuur discussieert sinds 2021 over het probleem. Het heeft tienduizenden euro’s uitgegeven aan een privé-studie om uiteindelijk... niks te bereiken. Op dit moment is er nog steeds geen plan en geen oplossing.
Er is druk nodig, zodat er nu snel een oplossing komt.
De Vlaamse regering belooft wel 80 miljoen euro extra om te verdelen onder gemeenten die veel zullen verliezen. Maar hoe die verdeling zal gebeuren, is nog steeds onduidelijk. Bovendien is het voorziene budget van 200 miljoen onvoldoende. Er is zeker 300 miljoen euro nodig, zegt de VVSG (Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten).
Hoe de situatie nu is voor ouders, scholen en personeel
Ouders weten van niets
Het is niet oké want de gevolgen kunnen groot zijn.
• Prijs. Zoals altijd wanneer er onvoldoende middelen zijn, kunnen de prijzen stijgen.
• Kwaliteit. De buitenschoolse opvang moet voldoen aan kwaliteitsnormen, die verdwijnen als ze wordt afgebouwd.
• Toegang. Volgens het decreet krijgen kleuters voorrang op kinderen uit de lagere school. Moeten zes-, zeven-, achtjarigen dan alleen naar huis, terwijl hun jongere broertje of zusje wél naar de opvang mag?
Ongerustheid bij de scholen.
Ze zijn op de hoogte van het probleem. Ze worden gevraagd om de opvang zelf te organiseren. Daar zijn ze niet enthousiast over:
• Het brengt extra werk, zonder de nodige middelen.
• Ze moeten steunen op vrijwilligerswerk, wat voor meer instabiliteit zorgt.
• Elke school moet dan langer verwarmen, in plaats van centraal in de opvang.
Ongerustheid bij het personeel van de opvang.
Ze zijn allemaal al op de hoogte en zitten met veel vragen die al jaren onbeantwoord blijven.
• Het personeel: heb ik nog een job vanaf 1 januari? Ik wil kopen, mag ik een nieuwe lening aangaan?
• De buitenschoolse kinderopvang is een project dat in Limburg is ontstaan na de sluiting van de mijnen, met als doel meer vrouwen een plaats te geven op de arbeidsmarkt. Er is lange tijd gewerkt aan kwaliteit, in tegenstelling tot het model dat steunt op vrijwilligers en weinig overleg. In de loop der jaren is het uitgegroeid tot een voorbeeldmodel, en andere provincies zijn naar Limburg gekomen om te zien hoe wij het hier organiseren. Het BOA-decreet houdt bij de nieuwe financiering geen enkele rekening met deze waardevolle ervaring.
Hoe de situatie nu is voor ouders, scholen en personeel
Wat wil de PVDA?
Het model werkt vandaag de dag goed. De opvang is een belangrijke dienst voor alle ouders die werk en gezinsleven moeten combineren. De kwaliteit en de toegankelijkheid moeten gegarandeerd blijven, daarop mag niet bespaard worden.
Wat wij willen:
- De prijs mag niet stijgen
- De opvang blijft toegankelijk voor alle kinderen van de kleuter- en lagere school.
- Aandacht voor kwaliteit: betaald werk wordt niet vervangen door vrijwilligerswerk.