Leefbare en gezellige stad
Visie
Hasselt groeit. De druk op het weinige groen neemt toe. De stad pakt vandaag uit met het ene grote bouwproject na het andere. Vele nieuwe en chique stenen voor zij die het kunnen betalen. Maar wat met de leefbaarheid van Hasselt. Hasselt heeft te weinig groen in de wijken en het centrum. Voldoende stadsgroen draagt bij tot schonere lucht, minder CO2 en verkoeling in een opwarmende stad. Genoeg openbare ruimte brengt mensen bij elkaar.
Wij investeren in een stad op mensenmaat, met openbare parken, stadstuintjes, zithoekjes, bankjes en pleintjes waar het fijn is om te vertoeven. Waar je op je gemak even kan uitrusten, zonder meteen iets te moeten consumeren op een terrasje. We keren het tij om.
Wij investeren niet enkel in het centrum, maar ook in de volkswijken en deelgemeenten. We voorzien diensten dichtbij de mensen en zorgen ervoor dat de wijken aangenaam en leefbaar blijven. We zorgen dat de stad ontwikkelt met inspraak van de inwoners. Hasselt wordt een stad die ontwikkelt op het ritme van haar bewoners, niet op het ritme van de projectontwikkelaars.
We stimuleren lokaal ondernemerschap en kleinschaligheid, tegen de eenheidsworst van de grote winkelketens. We zetten in op het behoud van het historisch patrimonium: het Begijnhof, het Hotel van de Gouverneur en alle andere historische pareltjes moeten in handen van de stad blijven. Wij maken van Hasselt een leefbare stad met karakter. Een stad voor iedereen.
Wat we willen
1. Iedere wijk zijn park
-
Wij willen een openbaar park in elke wijk, waar Hasselaren en bezoekers tot rust kunnen komen, kunnen picknicken, spelen, sporten, elkaar ontmoeten. Meer groen in de stad bevordert de mentale en fysieke gezondheid van de bewoners, het bevordert het sociale leven en het verkoelt de stad.
-
We voorzien nieuwe en bestaande parken en pleintjes van gevarieerde beplanting. Geen kale grasvelden, maar een diverse begroeiing van loof- en fruitbomen, struiken, nectarplanten (zeer belangrijk voor de bijen).
-
We voorzien de groene ruimten waar mogelijk van waterpartijen. We onderzoeken op welke plaatsen we ingebuisde waterlopen terug kunnen openleggen en voorzien wandelmogelijkheden langs de oevers.
-
Wij stellen de grote tuin van de gouverneur open voor het publiek tussen negen uur ‘s morgens en zes uur ‘s avonds en we bespreken met de Minderbroeders onder welke voorwaarden ook zij hun tuin toegankelijk willen maken voor iedereen.
-
We zoeken actief naar nieuwe ruimten waar tijdelijk of permanent een parkje, een ecologisch stadstuintje of een openbaar plein kan aangelegd worden. We denken aan braakliggende terreinen, leegstaande industriële gronden en voormalige parkings.
-
Naast parken en openbaar groen promoten we actief de aanleg van groene stadshoekjes, gevelbegroeiing, tegeltuintjes, groendaken en balkontuintjes bij openbare gebouwen en private woningen of appartementen. Dit onder deskundige begeleiding van de stedelijke groendienst.
-
De vergroening van de buurt doen we in samenwerking en overleg met Natuurpunt Hasselt, buurtbewoners en scholen. We zijn voor een heroprichting van de Stedelijke Adviesraad Leefmilieu (SAL), zoals onder andere in Gent, Vilvoorde, Ronse, Bree en Aalst. Milieuvergunningen en belangrijke uitbreiding van bedrijven moeten aan deze raad ter advies worden voorgelegd.
-
In schoolomgevingen voorzien we extra begroeiing. Speelplaatsen hoeven geen betonnen pleinen te zijn. We voorzien ze van gevarieerde beplanting. Dit bevordert de luchtkwaliteit, het concentratievermogen en de speelmogelijkheden van de kinderen.
-
We verminderen alle grote gebetonneerde oppervlaktes zoveel als mogelijk. Dit voor een betere opname van het regenwater in de bodem bij hevige regenval. Grote gebetonneerde pleinen als het Dusartplein en Molenpoortplein zijn voorbeelden van hoe het echt niet moet.
-
We eisen een groenplan bij elk nieuwbouwproject. We bekijken daarbij hoe het bestaande groen maximaal beschermd kan worden en hoe nieuwe beplanting geïntegreerd kan worden in het bouwproject.
-
We maken een inventaris op van kleine natuurlijke landschapselementen, zodat dit beschermd kan worden en niet ongemerkt verdwijnt.
-
We stellen een stadsecoloog aan, die een globale visie op de stedelijke ecologie uitwerkt en deze visie over de verschillende beleidsterreinen heen in de praktijk brengt.
Meer achtergrondinformatie
Hasselt groeit en breidt uit. De druk op het weinige groen in onze stad neemt toe. Hasselt heeft alsmaar minder groen. De bevolkingsdichtheid en de bebouwde oppervlakte in Hasselt nemen toe. Tegelijk neemt het aandeel appartementen ten opzichte van alle woongelegenheden toe. Meer gezinnen wonen dus in een appartement zonder tuin, wat de vraag naar openbaar groen doet toenemen. Het aantal Hasselaren dat toegang heeft tot een park in de buurt, is afgenomen. In 2019 woonden 58,9% van de Hasselaren op wandelafstand (800 meter) van wijkgroen, een park om in te sporten, spelen, rusten of mensen te ontmoeten. (Officiële definitie van wijkgroen: groen met een minimumoppervlakte van 10 hectare (ha) binnen een loopafstand van 800 meter en toegankelijk vanuit het openbaar domein). In 2016 was dat nog 64,4%.
De vergroening van de stad is voor het huidige stadsbestuur geen prioriteit. De laatste jaren kwam er hier en daar wel een parkje bij, maar door de snelle stadsuitbreiding verdween er vooral veel groene ruimte in en rond de stad. Denk maar aan de groene rand net buiten de Grote Ring in Rapertingen, waar nieuwbouwwijken in de plaats kwamen van de uitgestrekte velden. Als het van het stadsbestuur afhing, was ook de Groene Delle gebetonneerd. Dat werd voorkomen door aanhoudend protest van de PVDA en natuurverenigingen. Het huidige stadsbestuur gaf wel positief advies om van de Groene Delle een watergebonden industriegebied te maken.
Meer groen in de stad is een belangrijke voorwaarde voor de gezondheid en de leefbaarheid. Het heeft een positieve invloed op het mentale en fysieke welzijn van de inwoners. Het zet aan tot spelen, sporten en elkaar ontmoeten. Samen uitrusten op een bankje, samen tuinieren in de stadstuintjes, samen denken over de aanplanting van nieuw buurtgroen. De coronacrisis en de lockdown nog eens duidelijk aangetoond hoe essentieel toegankelijk groen op wandelafstand van de woning is, in het bijzonder voor inwoners van appartementen zonder tuin of terras.
Meer stadsgroen draagt ook bij tot schonere lucht, minder fijn stof en verkoeling in tijden van klimaatverandering. Dat is nodig, want boven het asfalt en beton lopen de temperaturen in een dichtbebouwde omgeving sneller op. Meer beplanting in de stad zorgt bovendien voor een grotere opname van CO2, een van de broeikasgassen die aan de basis ligt van de klimaatopwarming. Minder gebetonneerde oppervlakten en meer beplanting zorgen ervoor dat de bodem meer water kan opnemen in geval van hevig regenval. Bovendien zorgen verbindingen tussen de groene ruimtes in en rond de stad, samen met een gevarieerde beplanting en het aanleggen van waterpartijen voor de bescherming van de biodiversiteit in de stad.
Genoeg redenen dus om veel meer te investeren in voldoende parken, hoekjes en groene ruimtes. Er zijn tal van mogelijkheden. Eerst en vooral moet het bestaande groen beschermd worden. Al te vaak verdwijnt groen aan de stadsrand voor nieuwbouw, meestal zonder enige inspraak van de omwonenden.
Ten tweede moeten de parken die er vandaag al zijn, maar niet toegankelijk zijn voor het publiek, toegankelijk gemaakt worden. Denk daarbij aan de grote tuin van de gouverneur. Bij het ‘Hotel van de Gouverneur’ hoort een park van 5.450 m². De PVDA voert al vele jaren actie voor de openstelling van de gouverneurstuin. De tuin is eigendom van de Vlaamse Gemeenschap. Sinds 2002 is de Vlaamse overheid bevoegd voor het onderhoud ervan. Dat onderhoud wordt betaald met belastinggeld. In 2005 bedroegen de onderhoudskosten voor de tuin exact 27.181,48 euro. Het is logisch dat de tuin toegankelijk is voor buurtbewoners, bijvoorbeeld tussen 9u00 ‘s morgens en 18u00 ‘s avonds. De gouverneur kan perfect gebruik maken van het bestaande provinciehuis voor zijn ambtelijke verplichtingen. En daarnaast is er de tuin van de Minderbroeders. Wij willen met hen onderhandelen voor de openstelling van de tuin voor het publiek.
Al meer dan dertig jaar volgen de beloftes om de tuin te openen elkaar op. In 1990 beloofde Willy Claes (sp.a) in zijn verkiezingsprogramma voor het eerst om de gouverneurstuin open te stellen voor het brede publiek. Ook Herman Reynders en Steve Stevaert deden dat, totdat ze zelf in de residentie gingen wonen. Bij zijn eedaflegging in augustus 2020 zei kersvers gouverneur Lantmeeters (N-VA) nog dat hij zou bekijken hoe het huis en de tuin gecontroleerd opengesteld kunnen worden. Weer een loze belofte. In februari 2022 liet hij weten dat de tuin toch dicht zal blijven. Het gebouw zou niet beveiligd kunnen worden. Het privilege van een eigen hotel en tuin is niet meer van deze tijd. Het onderhoud van de tuin kost handenvol belastinggeld en toch mogen we er niet in? Na dertig jaar valse beloftes, is het tijd dat de tuin wordt opengesteld voor het publiek. Dat kan zeker op een veilige manier.
In mei 2020 kwam ook schepen Marc Schepers (RoodGroen+) met een concreet perspectief: “Een voorzichtige prognose doet me hopen de tuin in het voorjaar van 2021 open te krijgen”. De tuin van de gouverneur zou dan gedeeltelijk opengaan als ‘groene corridor’ tussen de Willemssite en het Groenplein.
Er zijn genoeg redenen om de tuin nu eindelijk open te stellen voor het publiek. Hasselt scoort zeer slecht als het gaat over toegankelijk wijkgroen. De Hasseltse binnenstad telt naast het begijnhof geen enkel openbaar park. Met de ervaring van de lockdown tijdens de coronacrisis, beseffen we meer dan ooit dat openbaar buurtgroen op wandelafstand van een woning, geen overbodige luxe is. Bovendien zijn de kosten voor onderhoud en de water- en energiefacturen van zowel het hotel als het park niet min. Op tien jaar tijd besteedde de Vlaamse overheid bijna 600.000 euro aan het Hotel van de Gouverneur en het bijhorende park. Dat is gemiddeld bijna 60.000 euro per jaar.
Wij stellen ons tot slot vragen bij dit dure privilege van de Limburgse gouverneur om een eigen gouverneurswoning te betrekken. De gouverneurs van Antwerpen, Vlaams-Brabant, Oost-Vlaanderen hebben geen residentie met een eigen park. In Limburg kan de nieuwe gouverneur perfect in zijn of haar eigen huis wonen en het bestaande provinciehuis gebruiken voor officiële ontmoetingen. Op die manier kan het park zonder problemen voor de veiligheid opengesteld worden. Zelfs als de gouverneur er zou blijven wonen, kan de veiligheid perfect gegarandeerd worden. Zoals in heel wat parken, kunnen de gebouwen van de tuin gescheiden worden. Om de veiligheid te garanderen kan de tuin ook open van negen uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds. Er zijn tal van mogelijkheden. Wij blijven alleszins op deze nagel kloppen, tot de tuin ook echt opengaat.
Ten derde zoeken we actief naar nieuwe - grote of kleine - ruimten waar tijdelijk of permanent groen kan aangelegd worden. Braakliggende terreinen, leegstaande industriële gronden, parkings die in het centrum niet meer gebruikt zullen worden (zie programmapunt mobiliteit), vormen we tijdelijk of permanent om tot een park, ecologisch stadstuintje, gezellige zithoek of openbaar plein.
Tot slot willen we de kwaliteit van het bestaande groen verbeteren. Louter grasvelden met hier en daar een boom is onvoldoende. We willen daarom parken, hoekjes en openbare tuinen met een diverse begroeiing van inheemse bloemenvelden, loof- en fruitbomen, voldoende nectarplanten voor de bijen. Dit verhoogt de biodiversiteit in de stad en vergroot de ontspanningsmogelijkheden in de parken. Kinderen kunnen zich verstoppen, fruit plukken, stoeien. Voldoende bomen zorgen voor schaduw en verkoeling van de stad in tijden van klimaatopwarming. Ze zorgen voor een grotere opname van CO2 en voor schonere lucht.
We voorzien dit buurtgroen van waterpartijen, zoals natuurlijke poeltjes, vijvers en stromende waterlopen. Bestaande ingebuisde waterlopen leggen we waar mogelijk weer open. Net als voldoende beplanting in de stad, zorgt voldoende water door de verdamping voor verkoeling van de stad. In een koelere stad is minder energie nodig voor airco en andere energievretende verkoelingssystemen. Naast parken en openbaar groen promoten we actief de aanleg van groene stadshoekjes, gevelbegroeiing, tegeltuintjes, groendaken en balkontuintjes in en op openbare gebouwen en private woningen. Dit onder deskundige begeleiding van de stedelijke groendienst. We voorzien subsidies voor huurders en eigenaars om hun woonomgeving te vergroenen.
Ook in schoolomgevingen, waar de luchtkwaliteit extra belangrijk is, voorzien we extra begroeiing. Speelplaatsen hoeven geen betonnen pleinen te zijn maar voorzien we van diverse beplanting en waterdoorlatende oppervlakken. Dit bevordert de luchtkwaliteit, het concentratievermogen en de speelmogelijkheden van de kinderen.
Investeren in groen betekent ook investeren in mensen die het groen onderhouden. In plaats van te besparen op stadspersoneel, zoals de laatste jaren schering en inslag was, willen wij een samenwerking met nieuw stadspersoneel en met de sociale werkplaats BEWEL. Personeel dat opgeleid wordt om het groen en de openbare ruimten te onderhouden en te respecteren. Dat advies kan geven bij het aanleggen van een tegeltuintje, daktuintje of stadstuintje. Dit werk besteden we niet uit aan privéondernemingen (zie programmapunt ‘Werkende stad’).
Tot slot stellen we een stadsecoloog aan, die een globale visie op de stedelijke ecologie uitwerkt en deze visie over de verschillende beleidsterreinen heen in de praktijk brengt.
2. Een leefbare stad
-
We investeren niet enkel in een leefbare en gezellige binnenstad, maar ook in de wijken en in de deelgemeenten. We zorgen dat elke wijk weer basisdiensten heeft, zoals een wijkgezondheidscentrum, postkantoor, bank, ontmoetingscentrum, toegankelijke wijkpolitie. We voorzien voldoende bushaltes die frequent bediend worden, ook na 20u en in het weekend.
-
We maken van de binnenstad weer een levende binnenstad, geen nachtelijke spookstad. Dit doen we door de leegstand boven winkels aan te pakken en het wonen in het centrum weer betaalbaar te maken (zie programmapunt ‘Betaalbare woonstad’)
-
We voorzien openbare pleinen, gezellige zithoekjes en parken van extra bankjes, gratis drinkwaterfonteintjes en openbare eco-toiletten. Zo kunnen Hasselaren en bezoekers elkaar beter ontmoeten.
-
We installeren in de binnenstad, wijken en deelgemeenten voldoende vuilnisbakken die goed worden onderhouden en regelmatig geledigd. Dit voorkomt zwerfafval.
-
We installeren ondergrondse containers op wandelafstand van appartementen en woningen zonder tuin.
Meer achtergrondinformatie
’s Avonds wat rondkuieren, naar het theater of de cinema gaan, je inkopen doen bij een Hasseltse zelfstandige. Dat zit er niet meer in vandaag in Hasselt. Alles wordt vandaag uitverkocht aan winkelketens. Waar is de gezelligheid naar toe in Hasselt? ‘s Avonds lijkt het wel een spookstad. Dat is de getuigenis van een geboren en getogen Hasselaar, die zijn stad heeft zien veranderen in een winkelparadijs. ‘Ik koop, dus ik ben’, lijkt de slogan waarmee het huidig stadsbestuur haar stad promoot aan de buitenwereld. Maar wat met de leefbaarheid van de binnenstad?
Het is al lang geweten: de leegstand boven winkels in de binnenstad neemt niet af. Heel wat appartementen boven grote winkelketens staan leeg. Leegstand boven winkelpanden aanpakken is duidelijk geen prioriteit voor dit stadsbestuur. Nochtans zorgt het stimuleren van de verhuur van de appartementen boven winkels ervoor dat er een levende, gezellige binnenstad ontstaat waar mensen ‘s avonds durven wandelen. Geen lege, dode straten na sluiting van de winkels, wel een veilige omgeving. Een bewoonde binnenstad is ook bevorderlijk voor de middenstand, die nu moet opboksen tegen de grote winkelketens.
Een leefbare binnenstad is een stad waar geleefd kan worden. Maar ook een stad die gezellig en toegankelijk is voor iedereen. Een stad die niet alleen gericht is op commercie en consumeren. Een stad waar je kan ontmoeten en leven. Dat is nu hoe langer hoe minder het geval. Wil je in Hasselt op je gemak even uitrusten? Moet je dringend naar het toilet of wil je graag iemand ontmoeten? Veel andere mogelijkheden dan een betalend terrasje zijn er niet. Wij geven de stedelijke ruimte weer aan de mensen. Wij richten de stad in op mensenmaat, niet op de maat van de commercie. We voorzien openbare pleinen, gezellige zithoekjes en parken van extra bankjes, picknickmogelijkheden, gratis drinkwaterfonteintjes en gratis toiletten. Op deze manier kan iedereen een aangename tijd doorbrengen in de stad, niet enkel diegenen met een dik gevulde portemonnee.
We installeren in de binnenstad, wijken en deelgemeenten voldoende vuilnisbakken die goed worden onderhouden en regelmatig geleegd. Dit voorkomt zwerfafval. Vuilnisbakken worden voorzien van sorteerbakken zodat recyclage van het afval makkelijker wordt. Op wandelafstand van appartementsblokken en woningen zonder tuin installeren we ondergrondse afvalcontainers. Daar kan je snel en gemakkelijk terecht voor de sortering van je huishoudelijk afval. Dit voorkomt sluikstorten en voorkomt dat afvalzakken te lang op een klein balkon moeten blijven staan.
Investeer in de wijken en deelgemeenten
We investeren niet enkel in een leefbare en gezellige binnenstad, maar ook in de wijken en in de deelgemeenten die nu vergeten worden. De kop van de kanaalkom, Quartier Bleu, de jachthaven. Allemaal mooi, maar wat met de volkswijken en deelgemeenten? Die laat het stadsbestuur links liggen. In heel wat wijken en deelgemeenten zijn geen basisvoorzieningen meer aanwezig, nauwelijks recreatieruimte, school of kinderopvang, geen buurtwinkels of buurtmarkt, wijkcentrum, gezondheidscentrum, postkantoor, bankautomaat, apotheek of horeca. We zorgen dat elke wijk weer de noodzakelijke basisdiensten heeft, zoals een wijkgezondheidscentrum, postkantoor, bank, ontmoetingscentrum, toegankelijke wijkpolitie, …. We voorzien voldoende bushaltes die frequent bediend worden, ook na 20u en in het weekend.
Wij steunen actiegroepen en buurtwerkingen die opkomen voor een leefbare buurt. Een eerste voorbeeld daarvan is de Werkgroep Leefbare Hei (Kuringen-Heide) die samen met medebewoners de leefbaarheid van de wijk wil verbeteren. Daarvoor formuleerden ze tien doelstellingen voor het stadsbestuur. De werkgroep vraagt zo bijvoorbeeld open en transparante communicatie van het stadsbestuur, inspraak en samenwerking. Ze vragen een goed verkeersplan om sluipverkeer tegen te gaan. Ze vragen dat er voldoende buurtgroen behouden blijft, dat er een doordacht fietsbeleid is, en voldoende en regelmatig aanbod van openbaar vervoer. Ze vragen basisvoorzieningen, kinderopvang en een lagere school dichtbij, recreatievoorzieningen voor elke leeftijd, en voldoende voorzieningen en woongelegenheid voor senioren. Dit allemaal in samenwerking en overleg met de wijk.
Een tweede voorbeeld is het protest van de buurtbewoners in de woonwijken rond het Sint-Hubertusplein. De buurtbewoners klagen aan dat alle diensten uit de wijk verdwijnen, dat de stad de wijk laat verloederen. In plaats van basisvoorzieningen, komt er nu een wedkantoor op het Sint-Hubertusplein. De buren ondervinden echt overlast. Een gokkantoor hoort daar niet in thuis. De sociale en mentale problemen zullen enkel groter worden met een gokkantoor. De bewoners willen een geldautomaat maar geen gokkantoor. Ze willen een krantenwinkel met postpunt en afhaalpunt voor pakjes. Ze willen een goed mobiliteitsplein met voldoende openbaar vervoer, maar geen 74 bussen per dag in een smalle straat waar fietsers op het voetbad moeten vluchten. Ze willen een groen, gezellig plein met bomen waar ook iets te beleven valt, waar je gezellig kan samenkomen met buren en vrienden. En een nieuw ontmoetingscentrum, al jaren beloofd, voor sociale en culturele activiteiten.
De PVDA ondersteunt het protest van de wijkbewoners. Meer dan 500 buurtbewoners van Sint-Hubertusplein ondertekenden de wensen voor een leefbare buurt. Er is dus genoeg draagvlak. We vinden dat het stadsbestuur geen wedcenter in een volkswijk mag toelaten en moet investeren in een gezellige, sociale, leefbare buurt.
3. Een authentieke stad met karakter
-
Het waardevol Hasselts patrimonium als het Begijnhof, het Oude Gasthuis, de Herkenrodekazerne, het Hotel van de Gouverneur, het oude stadhuis beschermen we en houden we in publieke handen.
-
Deze historische pareltjes richten we in zodat ze openbaar toegankelijk zijn en een publieke functie behouden. We geven bewoners inspraak in de herbestemming.
-
In grote panden als het Hotel van de Gouverneur of het Oud Gasthuis installeren we betaalbare woningen en studio’s.
-
Hele wat oude volkscafés zijn verdwenen, denk aan de Augustina of Uilenspiegel. Wij beschermen karakteristieke volkscafés als de Cambrinus.
-
We voeren steunmaatregelen in voor kleine zelfstandigen die zich in de binnenstad willen vestigen. Zo halen we terug wat diversiteit en kleinschaligheid naar de stad, als remedie tegen de eenheidsworst van de grote winkelketens.
-
We stellen een stedelijke bouwmeester aan die toeziet op de leefbaarheid, gezelligheid en het historische karakter van de stad.
Meer achtergrondinformatie
Enkele jaren geleden stond de provincie op het punt het Begijnhof te verkopen aan projectontwikkelaars. Geen geld voor renovatie, zo klonk het. Vele Hasselaren kwamen samen met de PVDA in actie om dat tegen te houden. Resultaat: het Begijnhof blijft een groene long in de stad, toegankelijk voor iedereen. We zijn heel fier dat daar ook gehoor aan gegeven werd. Maar we blijven waakzaam. Het Begijnhof is niet de laatste site die bedreigd wordt. Het stadsbestuur verkocht het Oud Gasthuis - een van de oudste gebouwen in Hasselt - aan een private projectontwikkelaar om er een luxehotel in te bouwen. Op de mooie ruime binnenplaats van de Herkenrodekazerne kwam een hoge woontoren met voornamelijk luxewoningen die niet betaalbaar zijn voor de doorsnee Hasselaar. Het voormalige RTT-gebouw in de Paardsdemertstraat: ook hier weer vooral luxe. De karakteristieke historische gebouwen worden hoe langer hoe meer verpatst aan de meestbiedende. Dat gaat ten koste van de eigenheid van onze stad. Wij willen een authentieke en gezellige stad, geen eenheidsworst met identieke winkelketens die je overal ter wereld terugvindt.
Door kortzichtig geldgewin van de bouwpromotoren verdwijnt het oorspronkelijke gezicht van de stad. Meer en meer oude, karakteristieke gebouwen worden verkocht en afgebroken en meer en meer grote torens bepalen nu het stadsbeeld. Het prestigieuze nieuwe stadhuis - 58 miljoen euro - is daar maar één voorbeeld van. Hasselt is meer dan prestige alleen. Wij houden historische panden en gebouwen als het Begijnhof en het Hotel van de Gouverneur in publieke handen. We geven de Hasselaren inspraak in de eventuele herbestemming van deze historische gebouwen. Deze historische schatten richten we in zodat ze openbaar toegankelijk zijn en een publieke functie behouden. Denk aan ateliers voor artiesten, multifunctionele ruimtes voor verenigingen, studieruimtes, evenementenlocaties, ruimten waar scholen activiteiten en voorstellingen kunnen organiseren ‘
In grotere historische panden als het Oud Gasthuis of het Hotel van de Gouverneur installeren we betaalbare woningen en studio’s voor jong en oud. Het Hotel van de Gouverneur is geschikt voor een dertigtal betaalbare éénslaapkamerappartementen.
De weinig overgebleven historische gebouwen die niet van de stad zijn, zoals de brasserie Augustina en de café Uilenspiegel worden of werden afgebroken ten voordele van alweer een prestigieus bouwproject. De Uilenspiegel werd omgetoverd tot bankgebouw, aangevuld met peperdure lofts. Daarbij nog eens 58 ondergrondse parkeerplaatsen maar geen enkele fietsenstalling voor bezoekers. Hoezo het autoverkeer buiten de stad houden? Wij willen herkenbare en karakteristieke volkscafés als de Cambrinus beschermen en behouden. Al deze authentieke plaatsen dragen bij aan de gezelligheid en de herkenbaarheid van onze stad.
We promoten tot slot kleinschaligheid. Winkels mogen ook speciaal zijn. We geven ruimte aan lokale initiatieven van mensen met unieke ideeën. Met kleding of producten die je niet overal tegenkomt. Daarom voeren we steunmaatregelen in voor kleine zelfstandigen die zich in de binnenstad willen vestigen. Zo halen we weer wat diversiteit naar binnen, tegenover de eenheidsworst van de grote winkelketens die je terugvindt van Kortrijk tot Arlon. We stimuleren ook buurtinitiatieven als ruil- en tweedehandswinkels waar afgedankte spullen een tweede leven krijgen. En herstelateliers, waar je je kleding, huisraad of fiets kan laten herstellen in plaats van ze weg te moeten gooien.